Overproductie doet kledingsector de das om: “We produceren tien stuks en verkopen er drie” 

Giselle Nath – De Standaard – 19 juni 2026

“Zo kan het niet verder.” Voor het eerst noemt de internationale federatie van textielproducenten overproductie van goedkope kledij het grootste probleem van de kledingindustrie. “We verbranden ons kapitaal.”

Weinig economische sectoren werken volgens het principe: tien stuks maken, slechts drie rendabel verkopen. Nog minder sectoren verkopen systematisch met zware kortingen of dumpen hun afgewerkte producten ongebruikt op de vuilnishoop. Toch is die ‘chronische efficiëntie’ al decennialang de realiteit in de modesector, stelt de International Apparel Federation (IAF), de internationale federatie van textielproducenten.In een nieuw en zeldzaam manifest roept de IAF haar leden op om de overproductie tegen 2030 gezamenlijk en grondig aan te pakken. “Stapsgewijze aanpassingen volstaan niet meer”, waarschuwt de organisatie. Het is de eerste keer dat een invloedrijke stem binnen de sector van fast fashion openlijk bevestigt wat critici al jaren zeggen: de markt wordt overspoeld door te veel en te goedkope kleren.

Risico’s afwentelen op zwakste schakel

Dat systeem kan alleen blijven bestaan omdat de macht in de logge productieketens voor kledij extreem ongelijk verdeeld is. De grote merken – meestal westerse bedrijven – gokken elk seizoen wat consumenten willen en plaatsen vervolgens bestellingen bij fabrikanten in het Globale Zuiden. Die draaien op voor het grootste deel van de risico’s en kosten. Veel keuze hebben ze niet. Als een kleinschalige fabriek in Cambodja weigert mee te gaan in de prijzenslag, staat er elders – in Ethiopië of Mexico – wel een concurrent klaar om dat wel te doen. Omdat merken weten dat een aanzienlijk deel van hun collectie nooit volledig zal verkopen zoals gehoopt, eisen ze dat die fabrikanten zo goedkoop mogelijk leveren. Fabrikanten mogen al tevreden zijn met een winstmarge van 8 procent, terwijl merken, afhankelijk van hun positie in de markt, 15 tot zelfs 300 procent winst kunnen binnenrijven. Die voortdurende prijsdruk veroorzaakt de bekende misstanden in de sector: arbeiders, zelfs in Europa, doen extreem veel overuren en grondstoffen moeten zo goedkoop mogelijk en precies op tijd beschikbaar zijn. Tijdens crisissen – zoals de coronapandemie – roepen de merken bovendien overmacht in om hun onderaannemers niet te betalen. Die onderaannemers staan vooral binnen de IAF sterk en waarschuwen nu dat het systeem zijn grenzen bereikt.

Vooral financieel wordt de druk onhoudbaar. “We verbranden geld en zitten vast in een verlieslatende bedrijfscyclus”, stelt de IAF. Door de klimaatopwarming en de handelsperikelen schommelen de prijzen van grondstoffen als katoen of polyester ook veel meer dan vroeger. Daarbovenop komen steeds strengere duurzaamheidsregels. Dat vraagt investeringen van fabrikanten, die op dit punt gewoon niet meer haalbaar zijn. “De huidige manier van werken staat los van de realiteit van kledingproductie”, aldus IAF in een sneer naar de grote merken.

Shein achterna

Volgens de kledingproducenten ligt de oplossing in een nieuw type contracten en een slimmere, AI-gedreven productie. De IAF pleit ervoor dat merken opnieuw langdurige samenwerkingen aangaan met fabrikanten en bestellingen over meerdere seizoenen vastleggen. Met zo’n garantie op inkomsten kunnen producenten gemakkelijker investeren, bijvoorbeeld in zonnepanelen of andere verduurzamingsprojecten. Merken en textielfabrikanten zouden ook op een slimmere manier in real time gegevens kunnen uitwisselen over ontwerp, productie en verkoop. “B2B en B2C kunnen niet langer twee aparte systemen zijn. Er is nood aan één geïntegreerd beslissingscentrum”, stelt de federatie.Het doel: niet langer tien stuks produceren om er drie te verkopen, maar “zeven items maken en er zeven verkopen”. Eerst op kleine schaal produceren dus, en pas als dat goed loopt, opschalen. Wat slecht scoort, gaat er dan ook sneller uit. Bij zulke gefaseerde en flexibele productieorders gebeurt het verven of drukken van prints pas in een later stadium.

Opvallend is dat het van oorsprong Chinese – en vaak verguisde – Shein deze succesformule als eerste toepaste. Via AI-gestuurde voorspellingen en nauwe, snelle contacten met leveranciers is dat bedrijf bijzonder flexibel én kapitaalsefficiënt. Die aanpak geldt vandaag steeds vaker als voorbeeld voor de rest van de sector.De belangengroep wil haar leden nu systematisch helpen om zulke samenwerkingsmodellen in te voeren. Dat kan de druk op kledingmerken de komende jaren verder opvoeren.